IMENZO | HOME

Blog

Scheikundig verandervermogen

Ik heb een vriend, genaamd S, die als chemicus is gepromoveerd op iets heel chemisch als polymeren. Omdat ik zelf in een ver verleden een analistenopleiding heb gevolgd, intrigeert zijn kennis over de chemie mij mateloos. Voor veel alfa mensen als managers en adviseurs, waaronder ik mijzelf desondanks reken, is een beta vak als scheikunde, omgeven door een beeld van laboratoria met zacht borrelende erlenmeyers, rokende ontploffingen en onderzoekers die, gehuld in een witte jas met een veiligheidsbril op hun neus, geconcentreerd allerlei formules bestuderen en zo nu en dan in de betreffende erlenmeyer turen of er al iets spannends gebeurt.

Een mysterieuze en meestal onbegrijpelijke ver van mijn bed show (of spreek ik nu teveel voor mezelf?).

Op een vraag van mij wat nu zo interessant is aan zijn vak, antwoordde S. dat het in zijn werk als chemicus de uitdaging is om te zoeken naar alternatieve oplossingen voor problemen, rekening houdende met vaststaande feiten vanuit de scheikunde. Een voorbeeld is de samenstelling van inkt voor printletters op zoiets als een babyflesje. Hij vertelde dat de rangschikking van de moleculen in de inkt ten opzichte van elkaar, de mate van hechting bepaalt op het oppervlak van het flesje. Als ik me goed herinner van mijn eigen opleiding heet dit adhesie (…). Voor een chemicus kan het de uitdaging zijn om te zoeken naar een zodanige rangschikking van moleculen in bijvoorbeeld inkt, dat de printletters niet loslaten in de afwasmachine ongeacht het soort afwasmiddel of de temperatuur en frequentie van afwassen. Door kennis over chemie en materialen tot op molecuul niveau creatief met elkaar te combineren, kan de chemicus de molecuulstructuur van de inkt herordenen of veranderen. Daarmee wijzigen ook de eigenschappen van de stof (hier de inkt) en bijvoorbeeld de mate van hechting.

Toen ik hier nog eens over nadacht, trok ik een parallel met verandervermogen van organisaties.  Want net als in de chemie, hebben we ook in een organisatie te maken met min of meer vaststaande feiten. Er zijn allerlei formele en informele structuren in de wijze waarop een organisatie is samengesteld. Die zijn ingegeven als gevolg van wetgeving, gekozen strategie en doelen van de organisatie. Daarbij beïnvloeden organisatiefactoren als historie, structuur, cultuur, systemen en technieken en niet in de laatste plaats de mensen, de feiten. De samenstelling van die organisatiefactoren geeft een organisatie bestaansrecht en toegevoegde waarde. Die toegevoegde waarde bepaalt de hechting met de omgeving, ik noem dat in deze de adhesiekracht van de organisatie. De eisen van de omgeving bepalen de noodzakelijke rangschikking van organisatiefactoren (de molecuulstructuur), daarom is het belangrijk dat de leider van de organisatie regelmatig het laboratorium ingaat, de witte jas aantrekt en de veiligheidsbril op zet om kritisch te onderzoeken of de interne organisatie nog past bij de vragen die de omgeving stelt.

Die veiligheidsbril is bedoeld om niet verblind te worden door angst en gevaren die de blik mogelijk vertroebelen. De volgende vragen kunnen dan met open vizier beantwoord worden: Is de cohesie van de organisatie passend bij de gevraagde adhesie met de omgeving? Is voldoende leiderschap, creativiteit, kennis en verandervermogen in de organisatie aanwezig? Of is er een chemicus (verandermanager) nodig om zacht borrelende erlenmeyers op te starten ter voorkoming van rokende ontploffingen?